Adriaen Koerbagh (1632-1669)

Spinoza is zich er terdege bewust van dat zijn ideeën zo controversieel zijn, dat de publicatie ervan uiterst vervelende gevolgen kan hebben. Hij is voorzichtig en geduldig. Heel anders ligt dat bij zijn goede vriend, de arts, jurist en filosoof, Adriaen Koerbagh. Hij en zijn jongere broer, de theoloog Johannes Koerbagh, maakten deel uit van de Spinozakring in Amsterdam.

Beiden worden vurig pleitbezorger voor een hoofdthema van de kring, de 'verlichting' van het volk, om het volk weerbaar te maken tegenover autoriteiten. De problemen van de broers beginnen als ze door de Amsterdamse gereformeerde kerkenraad zeer afkeurend worden besproken, want Adriaen leeft samen met een meisje met wie hij een onwettig kind heeft en Johannes verspreidt goddeloze ideeën. In 1668 krijgt de kerkenraad het onder pseudoniem uitgegeven boek Een Bloemhof onder ogen en men leest hierin veel 'godslasterlijke teksten'. Er is informatie ingewonnen en de Koerbaghs worden als de schrijvers aangemerkt. De meest aanstootgevende passages worden voorgelezen aan de burgemeesters van Amsterdam, die het boek onmiddellijk verbieden en alle exemplaren in beslag laten nemen. Adriaen vlucht naar het gerechtelijk autonome land Culemborg, waar hij onder een gefingeerde naam onderduikt. De religieuze en politieke autoriteiten begrijpen heel goed dat het in het Nederlands uitgegeven boek bij verspreiding onder het volk een explosief effect kan hebben. In Een Bloemhof beschuldigen de Koerbaghs alle kerkelijke, juridische, medische en academische elites er dan ook van dat ze het volk dom willen houden met als enige doel zelf de macht te behouden.

Het geloof hangt in die tijd nog sterk samen met het geloof in wonderen. Spinoza had binnenskamers en in manuscripten als eerste in Europa betoogd dat er nooit wonderen hadden plaatsgevonden en dat die er nooit zouden komen. Hij ziet de godsdienstinstituten als een systeem van georganiseerde misleiding, geworteld in lichtgelovigheid en bijgeloof.

De Koerbaghs zijn de eersten die met deze opvattingen openlijk, in het Nederlands, naar buiten komen, door te schrijven dat wonderen onmogelijk zijn, omdat die tegen de natuur ingaan en bedacht zijn om de onwetenden bang te maken en te manipuleren. Ondanks zijn netelige situatie besluit de overmoedige Adriaen nu ook nog het boek Een Ligt te publiceren. Een Ligt is de meest vergaande tekst van de Europese Radicale Verlichting in die tijd. Het is een felle aanval op de hele christelijke godsdienst en op het geloof in wonderen. De Koerbaghs worden echter verraden door de Utrechtse drukker, die geschrokken is en bang wordt als hij leest welk boek hij aan het drukken is. Johannes wordt gearresteerd. Adriaen is inmiddels uit Culemborg gevlucht en ondergedoken in Leiden. Ook daar wordt hij weer verraden, vervolgens gevangen genomen en uitgeleverd aan Amsterdam. Adriaen bekent tijdens de verhoren dat hij alleen de schrijver is van Een Bloemhof en Een Ligt en hij geeft toe Franciscus van den Enden en Spinoza te kennen. Johannes wordt bij gebrek aan bewijs vrijgelaten, maar Adriaen wordt veroordeeld tot 10 jaar rasphuis en 10 jaar verbanning uit Holland. De rijke, hoog ontwikkelde en fijngevoelige Adriaen Koerbagh is na enkele maanden dwangarbeid tussen de ergste criminelen, een gebroken man. Hij verzwakt snel en sterft in 1669 in het rasphuis. Johannes schrijft niets meer en overlijdt drie jaar na Adriaen.

De rechtzaak, de gevangenschap en de dood van zijn goede vriend Adriaen moeten Spinoza uiteraard diep geraakt hebben, maar niets daarover is terug te vinden in de Opera Posthuma.
Adriaen Koerbagh was een martelaar in de strijd voor het vrije woord en een held van de democratische waarden, die wij nu allemaal aanhangen. Hij moet daarom, als ondergewaardeerde pionier van de Verlichting, in aanmerking komen voor een officiële rehabilitatie.

Haije Bouwman, 16 juli 2006

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn