Eredoctoraat Jonathan Israel

Ter gelegenheid van de 93ste Dies Natalis van de Erasmus Universiteit Rotterdam ontving professor Jonathan Israel op 8 november 2006 een eredoctoraat.

Op de universiteitssite (in het engels) over Israel:

'About Prof. J.I. Israel:

Jonathan I. Israel is Professor of Modern History at the Princeton Institute of Advanced Study. From 1985 to 2000 he held the chair for Dutch History at University College London. He is the author of over a hundred scholarly papers and a dozen books on the early modern history of Europe, including The Dutch Republic. Its Rise, Greatness and Fall, 1477-1806 (1995), generally considered to be the finest comprehensive interpretation of the Dutch Republic available.
Recently he has concentrated on intellectual history, arguing that neither England nor France gave birth to the Enlightenment, but that the first and crucial leap toward modernity was in fact made in the Dutch Republic. His Radical Enlightenment. Philosophy and the Making of Modernity, 1650-1750 (2001) aims to rewrite completely the story of the European Enlightenment. According to Israel, the Dutch philosopher Spinoza (1632-1677), should be credited with being the first truly modern thinker.
Professor Israel's most recent book, the sequel to Radical Enlightenment, is entitled Enlightenment Contested. Philosophy, Modernity and the Emancipation of Man, 1670-1752 (2006).'

 

Het laatste deel van de lezing van Jonathan Israel ter gelegenheid van het ontvangen van een eredoctoraat aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (vrije vertaling uit het Engels):

Spinoza denkt dat in een democratische republiek de regering minder het gevaar loopt om zich onredelijk te gedragen dan in welke andere staatsvorm, want volgens hem is het onwaarschijnlijk dat een meerderheid het eens wordt over een absurde beslissing. Om de invloed van het algemene belang op het gedrag van de meerderheid te vergroten, benadrukt Spinoza dat iedereen vrijheid van spreken en van expressie moet hebben.
Het concept van de Algemene Wil als som van alle individuele belangen en het idee van het inperken van privébelangen met andere privébelangen, hangt helemaal af van gelijkheid, vrijheid en het geven en nemen - dat is het idee van fundamentele gelijkheid.
Democratie, vrijheid van denken en expressie en individuele vrijheid vormen altijd een delicate balans. Alle denkers als Spinoza, Bayle en Diderot zijn bang dat die balans in praktijk snel vernietigd wordt zodra een samenleving toestaat dat kerkelijke autoriteit en theologische principes toegang krijgen tot de publieke sfeer. Want gewone mensen, of een groot deel van hen, zullen altijd denken dat hun religieuze leiders dichter bij God staan dan de bestuurders van de staat, de grondwetdeskundigen of de hoogste rechters. Ze zullen opgehitst worden en de straat op gaan om iedereen die hun religieuze leiders afwijst of het niet met hen eens is, uit de weg te ruimen of te onderdrukken.
Als Spinoza en de andere denkers hierin gelijk hebben, is dit een les voor ons allen. Want dat betekent dat lijdzaamheid en gebrek aan bewustzijn veel schade toebrengen.
Het betekent ook dat niemand enig recht heeft om erover te klagen dat de Nederlandse of elk deel van de moderne samenleving, vol met tegenstellingen, onstabiel en conflictueus is, als je geen belang stelt in het vasthouden aan de principes die de basis van de democratie en van de egalitaire, puur seculiere morele orde vormen.
Het betekent dat het publiek, door middel van de staat, meer concrete stappen moet ondernemen om de kerkelijke autoriteit te verzwakken en om hun politieke en educatieve invloed te beperken. Het mag religieuze leiders niet worden toegestaan om de publieke opinie te mobiliseren tegen de bestuurders of tegen mensen die onpopulaire meningen hebben.
Het betekent ook dat het principe van de egalitaire morele orde met de krachtige steun van de regering aan schoolkinderen moet worden geleerd.
Veel mensen in het hedendaagse Nederland, en binnenskamers in de regering, klagen over de verdeeldheid met betrekking tot de basiswaarden, de spanningen tussen de verschillende delen van de samenleving en een gevoel van ingebakken conflict en verdeeldheid.
Als buitenstaander is mijn vraag: hebben de Nederlanders enige reden om te klagen of enig recht om zich te beklagen over de huidige vervelende situatie, als een seculiere moraliteit en burgerschap niet in de scholen wordt onderwezen, als zij die verantwoordelijk zijn voor het organiseren van de Nederlandse geschiedenis denken dat het belangrijker is kinderen te vertellen over het Huis van Oranje en de VOC, dan de Verlichting te onderwijzen, als er niet één hoofdstraat of plein in heel Nederland genoemd is naar Spinoza, terwijl honderden genoemd zijn naar totaal onbelangrijke burgemeesters. Pas nu in 2006 begint de Rotterdamse gemeente te denken aan een monument voor Pierre Bayle, de filosoof van Rotterdam.
Het is mijn persoonlijke opinie dat het niet terecht is en ook onzinnig om te klagen over sociale en culturele problemen en instabiliteit, als er geen helderheid is of bereidheid om duidelijk te maken wat de geschiedenis van de algemene doelen en kernwaarden van de samenleving is.

Jonathan Israel, 8 november 2006

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Nieuwbrief aanmelden

Blijf op de hoogte van onze activiteiten en ander Spinoza-nieuws.