| Rob Wijnberg onderzoekt vrijheid |
|
|
Hoe is het begrip 'vrijheid' in handen geraakt van rechtse populisten? Filosoof Rob Wijnberg onderzocht het voor Tegenlicht.
Tegenlicht Italië wordt momenteel geregeerd door Het Volk van de Vrijheid, Oostenrijk kent al jaren de Freiheitliche Partei Österreichs van de verongelukte Jörg Haider en in Nederland heeft de PVV, het afvallige nichtje van de traditionele Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, het v-woord prominent in haar partijnaam opgenomen. Daarnaast zijn er in Frankrijk, Zwitserland, Groot-Brittannië en de Scandinavische landen partijen die het woord 'vrijheid' weliswaar niet als uithangbord gebruiken, maar wel dezelfde uitgangsprincipes hebben als genoemde vrijheidspartijen en rechtser zijn dan een soeplepel. Voornaamste overeenkomst is dat ze argwaan koesteren tegen buitenlanders in het algemeen en moslims in het bijzonder. Tevens ageren ze tegen 'Brussel', dwepen ze met de vrijheid van meningsuiting en schilderen ze gevestigde politici af als zakkenvullers, een beeld waar bepaalde leden van het politieke establishment helaas aan meewerken. In de Tegenlicht-aflevering Een partijtje vrijheid onderzoekt filosoof en NRC Next-columnist Rob Wijnberg wat er met 'de vrijheid' aan de hand is. Over welke vrijheid hebben Berlusconi en Wilders het, in vergelijking met Spinoza en Mill? Hoe is het begrip gekaapt door populisten? Om antwoorden te vinden worden drie spraakmakende denkers geïnterviewd. Bijvoorbeeld Peter Sloterdijk, auteur van onder meer de Kritiek van de cynische rede, Eurotaoïsme en het geruchtmakende Regels voor het mensenpark. In zijn jongste boek, Het heilig vuur: over de strijd tussen jodendom, christendom en islam, kijkt de Duitse filosoof naar de manier waarop de monotheïstische godsdiensten zich door de eeuwen heen hebben getoond aan de gelovigen, de ongelovigen, de andersgelovigen en de ketters. Volgens Sloterdijk dient men afstand te doen van universele pretenties die soms met vuur en zwaard worden geuit. Als voorbeelden van cultuurreligies zonder fanatisme noemt hij het liberale jodendom in de achttiende eeuw, de meeste protestantse kerken en sinds het Tweede Vaticaanse Concilie de vrijzinnige stromingen van het Roomse geloof. Binnen de islam is het moderne Turkije een hoopgevend voorbeeld. Voor sommige verlichtingsfundamentalisten, echter, is zelfs een gematigde cultuurreligie te veel. Om na te gaan hoe het zit met de visie van Ayaan Hirsi Ali en consorten komt Jonathan Israel aan het woord, de 63-jarige Britse historicus die gespecialiseerd is in het Nederlands spinozisme en radicaal denken in de Gouden Eeuw. In Nederland werd Israel, een Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, onder meer bekend met het boek Radical Enlightenment: Philosophy and the making of Modernity, 1650-1750. Naar het idee van Israel is het ideaal van de Verlichting rationeel en gericht op oplossingen, wat anders is dan een samenleving waarin mensen het vrije woord opeisen voor haveloze beledigingen. Over de aard van de vrijheid van meningsuiting ten slotte, praat Wijnberg, die vorig jaar het boek In dubio. Vrijheid van meningsuiting als het recht om te twijfelen publiceerde, met de Amerikaanse letterkundige Stanley Fish. 'Het interessante van hem is,' zo beweert Wijnberg, 'dat hij boven de partijen staat. Volgens hem hebben de links-liberalen zich eenvoudig laten beroven van het vrijheidsbegrip. Ze hebben, wat naïef, altijd gedacht dat hun universele vrijheidsvisie vanzelf zou prevaleren, maar dat bleek niet zo te werken. En nu is 'rechts' er, handig gebruikmakend van retoriek, met de 'vrijheid' vandoor gegaan.' |


