Protestbrief aan Minister Plasterk

min-plasterkOp initiatief van het Actiecomité 'Spinoza in het eindexamen VWO!' is medio mei 2007 een protestbrief aan Minister Plasterk (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) gestuurd. Eind mei heeft een gesprek plaatsgevonden met de CEVO (Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven vwo, havo, vmbo). Na lang wachten heeft de minister medio juli 2007 gereageerd.

Lees hierna het gezamenlijke commentaar van het Actiecomité 'Spinoza in het eindexamen VWO!' en de Amsterdamse Spinoza Kring en de correspondentie tussen het Actiecomité en de Minister.

Het is al weer enige maanden geleden dat het actiecomité 'Spinoza in het eindexamen VWO!' mede namens bijna 100 ondertekenaars een brief aan de Minister van Onderwijs heeft gestuurd met daarin het verzoek om Spinoza op te nemen in het eindexamen VWO. De brief is op 14 mei 2007 verstuurd en het antwoord van de Minister kwam zekere tijd later binnen[*].

Tussen het moment van versturen van de protestbrief en ontvangst van het ministeriële antwoord is er het een en ander gebeurd. Op 29 mei heeft er een gesprek plaatsgevonden met de Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven vwo, havo, vmbo (CEVO). Dat gesprek vond plaats op verzoek van de CEVO. In dat gesprek heeft de Amsterdamse Spinoza Kring bij monde van Jonathan Israel, Haije Bouwman en Frank van Kreuningen getracht de CEVO te overtuigen van het belang van Spinoza in het eindexamen voor toekomstige generaties VWO-ers op de drempel van volwassenheid. Het gesprek verliep in een goede sfeer, maar al spoedig werd duidelijk dat er geen sprake kon zijn van enige toenadering van de kant van de CEVO. Spinoza werd als wijsgerig autoriteit erkend, maar men bleef van mening dat hij niet thuishoort in de eindexamenstof voor de komende jaren.

De reactie van de Minister van Onderwijs is dan ook uiterst verdedigend geschreven. Dat was geen verrassing gezien ons gesprek met de CEVO. De brief biedt echter geen aanknopingspunten voor verdere actie. Dat is teleurstellend, vooral omdat de examenstof voor drie jaar vastligt en het thema 'Rede en religie' de komende jaren niet meer zal terugkeren. Ons inziens zou Spinoza in het voortgezet onderwijs verplicht moeten worden gedoceerd en geëxamineerd.

Nogmaals: het is ondenkbaar dat de Franse, Duitse of Engelse intelligentsia zo zou omgaan met hun grote vaderlandse filosofen.

Het enige wat het actiecomité 'Spinoza in het eindexamen VWO!' tenslotte heeft kunnen bewerkstelligen, is dat Spinoza bij alle leraren filosofie in Nederland is geactualiseerd door de commotie die onder hen is ontstaan over de protestbrief.

Mocht iemand na het lezen van onderstaande correspondentie aanleiding zien toch nog een reactie te schrijven voor de opiniepagina van het NRC, dan juichen wij dat natuurlijk toe.

Amsterdamse Spinoza Kring          Actiecomité 'Spinoza in het eindexamen VWO!' 
Frank van Kreuningen  Ton de Kok 

 

[*] Weliswaar is de reactie van de minister gedateerd 18 juli 2007, maar door een onverklaarbare speling van het lot hebben wij de brief feitelijk pas veel later ontvangen.

 

De brief van het Actiecomité 'Spinoza in het eindexamen VWO!'aan de Minister van Onderwijs:


Aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De heer dr. R. Plasterk

Cc: CEVO

Amsterdam, 14 mei 2007

Betreft: Verzoek Spinoza in het centraal eindexamen filosofie VWO

Geachte heer Plasterk,


Naar aanleiding van het artikel "Wat! Spinoza uit het eindexamen VWO?" dat werd gepubliceerd op 5 april jl. in het NRC Handelsblad, is het comité 'Spinoza in het eindexamen VWO!' opgericht dat ernaar streeft deze historische vergissing recht te zetten. Omdat de Begeleidingscommissie Filosofie onder uw verantwoordelijkheid valt, richten wij ons tot u met het verzoek alles wat binnen uw mogelijkheden ligt te doen om Spinoza de plaats te geven die hij verdient in het centraal eindexamen filosofie. We hebben daarvoor de volgende argumenten:

     1.  Het thema voor de komende drie jaar is 'Rede en religie' en daarover heeft Spinoza veel nagedacht en geschreven. Hij was de eerste die een duidelijke scheiding aanbracht tussen rede en geloof en was een groot pleitbezorger van een scheiding tussen kerk en staat. Spinoza is bij uitnemendheid de filosoof die bij dit thema hoort.
     2.  Spinoza heeft veel aandacht besteed aan de rede, die hij als de enige leidraad beschouwt voor het vinden van de 'waarheid' en dus voor het bereiken van individueel en algemeen welzijn.
     3.  Het is ons ter ore gekomen dat binnen de begeleidingscommissie 'harde noten zijn gekraakt' over het wel of niet opnemen van Spinoza in de examenstof. Als dit het geval is, dan zijn er dus binnen de commissie deskundigen die vóór de opname van Spinoza in het examenprogramma waren, maar die niet voldoende invloed hebben kunnen uitoefenen om deze historische vergissing te voorkomen.
     4.  We moeten juist in deze tijd kracht putten uit Spinoza’s rationele, seculiere filosofie die aan de basis stond van de Verlichting, waar onze huidige westerse samenleving voor het grootste deel op is gebaseerd.
     5.  Dit laatste heeft de historicus Jonathan Israel in twee omvangrijke studies overtuigend aangetoond: Radicale Verlichting en Enlightenment Contested.
     6.  Er moet een einde komen aan de eeuwenlang voortdurende ‘demonisering’ van Spinoza en de systematische ontkenning van diens importantie in de geschiedschrijving en in het onderwijs.
     7.  Spinoza is een historische 'superster' die zeer ten onrechte eeuwenlang in Nederland miskend is terwijl hij qua internationale status en invloed niet voor Vondel, Rembrandt, Michiel de Ruyter, Van Gogh en Mondriaan onderdoet.
     8.  De reactie van de commissievoorzitter is onbevredigend (NRC 6 april jl.). Scholen kunnen er weliswaar voor kiezen om Spinoza in het schoolexamen op te nemen, maar dit betekent dat veel leerlingen van andere scholen, meest van confessionele aard, onvoldoende of geheel niets over de belangrijkste filosoof van de Verlichting zullen leren. De commissie stelt in haar reactie dat Spinoza niet past in een op 'overzichtelijke manier' uitgewerkt examenthema en voegt er badinerend aan toe: 'net als zoveel andere filosofen'. Zij besluit met de bijna vijandige opmerking dat Spinoza zeker geen 'persona non grata' is.
     9.  De staat heeft als hoeder van het algemene belang de plicht om zorg te dragen voor geschiedschrijving en onderwijs dat op wetenschappelijk vastgestelde 'waarheid' is gebaseerd. Zij mag zich niet laten leiden door gevoeligheden van religieuze minderheden die in Spinoza een 'godloochenaar' zien. Dit laatste dreigt nu wel te gebeuren en hiertegen protesteren wij met kracht.

Wij verzoeken u dus alles in het werk te stellen deze historische vergissing van de begeleidingscommissie recht te zetten. U kunt dat doen door de commissie te verzoeken op korte termijn een bijlage te schrijven over de betekenis van Spinoza voor het eindexamen lesmateriaal 'rede en religie'.

Met vriendelijke groet,


Comité 'Spinoza in het eindexamen VWO!'
Contactpersoon Haije Bouwman
Secretaris Amsterdamse Spinoza Kring

Ondertekenaars (op volgorde van binnenkomst):
1.      Dr. A.C.H.M. (Ton) de Kok, mede-initiatiefnemer en schrijver van het NRC-artikel, docent Levensbeschouwingen aan het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam en oud-Tweedekamerlid (CDA)
2.      Frank van Kreuningen, voorzitter Amsterdamse Spinoza Kring, ex-lid Bestuurscollege van de Hogeschool voor de Kunsten, Utrecht
3.      Haije Bouwman, secretaris Amsterdamse Spinoza Kring
4.      Ds. J. Knol, predikant PKN kerk te Smilde en schrijver van 'En je zult spinazie eten' (2006) en 'Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden' (2007)
5.      Frank Schut, PricewaterhouseCoopers
6.      Johan de Jong, directeur Huize Plantage, Amsterdam
7.      Prof. dr. John A. Michon, emeritus-hoogleraar psychonomie, Universiteit Leiden, oud-directeur Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), Leiden, voorzitter NWO-stuurgroep 'Cognitie en Gedrag', lid KNAW
8.      Leon Kuunders, www.despinoza.nl
9.      Geert Mak, journalist en publicist
10.    Prof. dr. Willem J.M. Levelt, emeritus-directeur Max Planck Institut für Psycholinguistik en emeritus-hoogleraar cognitiewetenschappen, Radboud Universiteit Nijmegen, oud-president KNAW
11.    Prof. dr. Arnold Heertje, emeritus-hoogleraar economie, Universiteit van Amsterdam, lid KNAW
12.    Joop den Hertog
13.    Carla van der Voort
14.    Prof. Jonathan Israel, History Princeton University en schrijver van Radicale Verlichting en Enlightenment Contested
15.    Prof. dr. Peter Hagoort, F.C. Donders Centre for Cognitive Neuroimaging, Radboud Universiteit Nijmegen, laureaat Spinozapremie
16.    Herman Philipse, Universiteitshoogleraar filosofie, Utrecht
17.    Prof. dr. René Jorna, hoogleraar Informatiewetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen, voormalig docent filosofie VWO
18.    Dieneke Naeyé
19.    Bettie Spijksma, bedrijfscoach
20.    Prof. dr. Gert van Middelkoop, emeritus-hoogleraar natuurkunde, Vrije Universteit Amsterdam en oud-directeur NIKHEF (Nationaal Instituut voor Kernfysica en Hoge Energie Fysica), Amsterdam
21.    Elly Verzaal, pedagoge Koninklijke Bibliotheek
22.    Prof. dr. Wim P. Gerritsen, Scaliger hoogleraar theorie en geschiedenis van de filologie, Universiteit Leiden, lid KNAW
23.    Prof. dr. Jaap Mansfeld, emeritus-hoogleraar geschiedenis van de filosofie, Universiteit Utrecht, lid KNAW
24.    Jan Smits, Koninklijke Bibliotheek
25.    Cor Bon, directeur Mozeshuis / Mozes & Aäronkerk, Amsterdam
26.    Prof. dr. Willem K.B. Hofstee, emeritus-hoogleraar Psychologie, Rijksuniversiteit Groningen, lid KNAW
27.    Prof.dr. Jan A.R.A.M. van Hooff, emeritus-hoogleraar gedragsbiologie, Universiteit Utrecht, lid KNAW
28.    Prof. dr. Fernando H. Lopes da Silva, emeritus-hoogleraar Neurowetenschappen en wetenschappelijk directeur Center of Neurosciences, Swammerdam Institute for Life Sciences, Universiteit van Amsterdam, lid KNAW
29.    Arthur Meijer, beeldend kunstenaar te Amsterdam
30.    Louise van Tuijl
31.    Prof. dr. J.M. (Jozien) Bensing, hoogleraar klinische en gezondheidspsychologie, directeur NIVEL (Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg), laureaat Spinozapremie
32.    Lodewijk Wagenaar, conservator Amsterdams Historisch Museum
33.    Erik Couvee, Amsterdams Fonds voor de Kunst
34.    Prof. dr. Gert Holstege, hoogleraar neuro-anatomie, Universiteit Groningen
35.    Prof. dr. Henk F.K. van Nierop, hoogleraar geschiedenis, Universiteit van Amsterdam, wetenschappelijk directeur Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw
36.    Prof. dr A.C. Klinkhamer, emeritus-hoogleraar Gezondheid, Universiteit Utrecht
37.    Dr. John G. Bluemink, ontwikkelingsbioloog, oud-directielid Hubrecht Laboratorium, Universiteit Utrecht
38.    Ruud Sillmann, oud-docent economie HBO, penningmeester Amsterdamse Spinoza Kring
39.    Els Agtsteribbe, bestuurslid Amsterdamse Spinoza Kring en van vele andere Amsterdamse organisaties
40.    Dominic van den Boogerd, directeur 'De Ateliers' in Amsterdam
41.    Prof. dr. Jon J. van Rood, emeritus-hoogleraar interne geneeskunde, Universiteit Leiden, voorzitter Stichting Eurotransplant, lid KNAW
42.    Drs. Eric de Marez Oyens, docent Filosofie, Ignatius gymnasium en Fons Vitae lyceum, Amsterdam
43.    Adelei van der Velden, docent Nederlands
44.    Prof. dr. Dirk J. van de Kaa, emeritus-hoogleraar demografie, Universiteit van Amsterdam, oud vice-voorzitter NWO, oud-directeur NIAS, lid KNAW
45.    Dr. Ida Sabelis, universitair docent Sociale wetenschappen, cultuur, organisatie en management, Vrije Universiteit Amsterdam
46.    Dr Joed Elich, Uitgever Koninlijke Brill NV
47.    Prof. dr. A.J.A. (Bert) Felling, emeritus-hoogleraar methodenleer, Radboud Universiteit Nijmegen, lid KNAW
48.    Prof. dr. C.C.A.M. (Stan) Gielen, hoogleraar Biofysica, Radboud Universiteit Nijmegen
49.    Mr. T. (Tiem) Koopmans, advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, lid KNAW
50.    Dr. S.H.M. (Sacha) Bem, Cognitieve Psychologie, Universiteit Leiden
51.    Prof. dr. Harm J. Habing, emeritus-hoogleraar astrofysica, Universiteit Leiden, lid KNAW
52.    Toine de Caluwé, Maatschappelijk ondernemer, directeur Phusis, Leiden
53.    Ir. N.H.H. Beyer, oud-lid directie Corus Staal BV, Heemstede
54.    Ir. Seger Weehuizen, oud-docent natuur- en wiskunde HBO
55.    Ir. G.J. (Gert Jan) Meijer, architect, stedebouwkundige en huisvestingsadviseur, was directeur van architectenbureaus, adviesorganisaties en wetenschappelijk hoofdmedewerker faculteit Bouwkunde, TUDelft
56.    Siebrand van der Ploeg, communicatieadviseur, Amstelveen
57.    Prof. dr. Jacqueline J. Meulman, hoogleraar toegpaste datatheorie, Universiteit Leiden, bestuurslid Afdeling Letterkunde KNAW
58.    Willem J. Heiser, hoogleraar psychologie, statistiek en datatheorie, Universiteit Leiden, directeur Interuniversitaire Onderzoekschool voor Psychometrie & Sociometrie (IOPS)
59.    George P.J. Beyer MD/MPH, oud-gynaecoloog
60.    Prof dr. S.A.M. Stolwijk, emeritus-hoogleraar Strafrecht, Universiteit van Amsterdam
61.    Carolien G. Gehrels, wethouder Kunst en cultuur, lokale media, sport en recreatie, bedrijven, deelnemingen en inkoop, Gemeente Amsterdam
62.    Drs. Femke Sleegers, journalist
63.    Hugo Sleegers
64.    Ron Peperkamp, publicist
65.    Lidwien Overtoom
66.    T. Yocarini, directeur Museum voor Communicatie, Den Haag
67.    Anna Hulzink, kunstenaar
68.    Erwin de Ruiter, internationaal ondernemer
69.    A.L. (Ton) Boon, theoloog, directeur Pieterskerk, Leiden
70.    Prof. dr. H.P. (Henk) Barendregt, hoogleraar wiskunde en informatica, Radboud Universiteit Nijmegen, lid KNAW, laureaat Spinozapremie
71.    Prof. dr. M.H. van IJzendoorn, hoogleraar algemene en gezinspedagogiek, Universiteit Leiden, lid KNAW, laureaat Spinozapremie
72.    Prof. dr. Daan Frenkel, FOM Institute for Atomic and Molecular Physics, Amsterdam, lid KNAW, laureaat Spinozapremie
73.    Prof. dr. Johannes Oerlemans, hoogleraar meteorologie, Instuut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek, Universiteit Utrecht, lid KNAW, laureaat Spinozapremie
74.    Ed Romein, onderzoeker Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en promovendus aan de Faculteit Wijsbegeerte, Erasmus Universiteit Rotterdam
75.    Prof. dr. Frederik Kortlandt, hoogleraar beschrijvende en vergelijkende linguïstiek, Universiteit Leiden, lid KNAW, laureaat Spinozapremie
76.    Prof. dr F.R. Rosendaal, hoogleraar klinische epidemiologie, Leids Universitair Medisch Centrum, laureaat Spinozapremie
77.    Prof. dr. P. (Paul) B. Cliteur, hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap, Universiteit Leiden
78.    Prof. Ad Lagendijk, hoogleraar Waves in Complex Media, Universiteit Twente, laureaat Spinozapremie
79.    Prof. dr. P.C. Muysken, Algemene Taalwetenschap, faculteit der Letteren, Centre for Language Studies, Radboud Universiteit Nijmegen, laureaat Spinozapremie
80.    Prof. dr. F.G. (Frank) Grosveld, hoogleraar celbiologie en genetica, Erasmus Universiteit Rotterdam
81.    J.W. Bok, lector International School of The Hague
82.    Prof. dr. Ed P.J. van den Heuvel, emeritus hoogleraar Sterrenkunde van de Universiteit van Amsterdam, laureaat Spinozapremie
83.    Prof. dr Hans Franken, hoogleraar informatierecht, Universiteit Leiden, lid KNAW, Eerstekamerlid (CDA)
84.    Prof. dr. Jelle Jolles, hoogleraar Neuropsychologie en Biologische Psychologie/Psychobiologie, faculteit Geneeskunde en Psychologie, Universiteit Maastricht, hoofd gezondheidszorg Klinische Neuropsychologie, Academisch Ziekenhuis Maastricht, leiding Divisie Cognitieve Stoornissen onderzoeksinstituut Hersenen & Gedrag
85.    Marja Out, adjunct-directeur Spinoza Lyceum, Amsterdam
86.    Prof. dr. Dirkje Postma, hoogleraar Pathofysiologie van de ademhaling, Rijksuniversiteit Groningen en Universitair Medisch Centrum Groningen, Akademiehoogleraar KNAW, laureaat Spinozapremie
87.    Prof. H. (Henk) J.L. Vonhoff, erelid VVD, oud-burgemeester van Utrecht en Commissaris van de Koningin in Groningen
88.    Prof. dr. Jan Luiten van Zanden, hoogleraar Economische en sociale geschiedenis, Universiteit Utrecht en Senior Research Fellow Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG-KNAW), Amsterdam, laureaat Spinozapremie
89.    Frans Couwenbergh, portrettekenaar en humanosoof
90.    Dr. L.C. Rineke Verbrugge, universitair hoofddocent Kunstmatige intelligentie, Rijksuniversiteit Groningen
91.    Michel van Dijk, journalist en filosoof
92.    Klaas E. Meijer
93.    Ir Jan M.L. de Koning
94.    Brigitte van der Sande, kunsthistorica en samensteller van tentoonstellingen
95.    Frans van Zetten, vertaler van o.a. een drietal boeken over Spinoza
96.    Raimond R. de Tempé
97.    Theo Kuipers, hoogleraar wetenschapsfilosofie, faculteit Theoretische Filosofie, Universiteit Groningen
98.    Huib Roelants, trainer en coach bedrijfsleven, culturele wereld en media
99.    Prof. Dr. E.A.J.M. Goulmy, hoogleraar Transplantatiebiologie, Leids Universitair Medisch Centrum

 

Reactie van de Minister 

Op 21 augustus 2007 ontvingen wij de reactie van de minister (door een speling van het lot ontvingen wij deze brief pas een maand nadat deze aan ons verzonden is):

Comité Spinoza in het eindexamen vwo!
T.a.v. Haije Bouwman

Den Haag, 18 juli 2007
Ons kenmerk: VO/OK/07/20709
Uw brief van: 14 mei 2007
Onderwerp: Spinoza in ce vwo


Geachte heer Bouwman,


Uw brief heb ik met belangstelling gelezen. U zult wel van mij willen aannemen, dat ik uw waardering voor Spinoza als een van de grootste Nederlanders deel. Maar juist in het perspectief van waar Spinoza voor stond, en wat hem in zijn tijd daardoor overkwam, mag u van mij niet verwachten wat u mij vraagt.

Ik zal niet als vertegenwoordiger van de overheid, in afwijking van wat de vakdeskundigen en de didactici (naar mij is gebleken met instemming van de leraren filosofie zoals vertegenwoordigd door hun vereniging VFVO) daarover hebben bepaald, gaan voorschrijven dat in het centraal examen filosofie de ideeën van Spinoza aan de orde moeten komen vanwege het geestelijke belang dat de overheid aan die ideeën wenst te hechten.

Dat wil niet zeggen dat ik mij onttrek aan mijn verantwoordelijkheid. Als ik het idee zou hebben dat u gelijk had met uw stelling dat de oorzaak van een en ander zou liggen in ideologische vooringenomenheid van de betrokken vakdeskundigen, dan zou dat voor mij een reden zijn om in te grijpen. Ik heb begrepen, dat u de suggesties in deze richting in een gesprek met betrokkenen hebt teruggenomen. Ik vind dat terecht, want ik ben er zeker van dat het niet zo is.

Ik wil graag nog ingaan op de achtergrond van een en ander. Het gaat niet om het examenprogramma als zodanig: Spinoza komt daar gewoon in voor, dus in elk geval in het schoolexamen. Het gaat nu slechts om het speciale wisselende onderwerp dat een beperkt aantal jaren het centraal examen zal vormen. Aan dat onderwerp worden bijzondere eisen gesteld, die niet slechts vakwetenschappelijk van aard zijn, maar ook samenhangen met didactiek, toegankelijkheid van de originele teksten e.d.

Dat betekent, dat ook bij dit onderwerp het niet bij voorbaat een gegeven is dat Spinoza aan de orde moet, of eigenlijk kan, komen.

Tot slot: onlangs heb ik de definitieve canon van de Nederlandse geschiedenis en cultuur in ontvangst genomen. Het is een naar zijn aard beperkte selectie van 50 'vensters' waarvan alle Nederlanders kennis moeten nemen. De beide staatssecretarissen en ik hebben dat idee overgenomen. Zo zal Spinoza in de zgn. kerndoelen worden opgenomen: de permanente leerstof voor alle leerlingen van 8 tot 12 jaar. Inderdaad: daartegen was verzet. Maar niet voor niets heeft de canoncommissie o.l.v. professor Van Oostrom de keuze voor Spinoza als een van de grootste Nederlanders gemaakt.

Kopie van deze brief zend ik aan prof. dr. Els Goulmy, die zich eveneens namens u tot mij heeft gewend en aan de vereniging van de filosofiedocenten VFVO.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,


dr. Ronald H.A. Plasterk

 

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Nieuwbrief aanmelden

Blijf op de hoogte van onze activiteiten en ander Spinoza-nieuws.